Herkenning
Deze sluipwesp is 3 mm groot: zijn poten en antennen zijn kort. De wijfjes hebben een zwart borststuk en een geel achterlijf. De mannetjes zijn kleiner en hebben een zwart achterlijf. De sluipwespen kunnen vliegen, maar ze verplaatsen zich bij voorkeur lopend. De geparasiteerde bladluizen worden zwart.

Leefwijze
Het wijfje legt in de eerste drie weken 5 tot 10 eieren per dag. Het eileggedrag is heel specifiek. Eerst prikt de sluipwesp met haar legboor ter verdoving in de poot van de bladluis. Daarna prikt ze de luis aan de onderzijde aan en zet daarin een eitje af.
Na zeven dagen verkleuren de bladluizen en worden zwarte mummies. Daaruit kruipt na zestien dagen een nieuwe generatie sluipwespen. Ook 'gastheervoeding' komt voor: de volwassen sluipwesp bijt de larve dood en zuigt hem daarna leeg. Er wordt dan geen ei afgezet.
Verdere informatie
Deze sluipwesp parasiteert ook de boterbloemluis en de aardappeltopluis.



