Dutch English German Polish

Mycosphearella (Didymella bryoniae)

Deze schimmel tast zowel bladeren, stengels, groeipunten als vruchten aan. Tijdens de bloei kunnen de kleine vruchten al geïnfecteerd worden en met de oogst zijn de punten van deze vruchten enigszins ingedrukt. Het verraderlijke is dat deze vruchten tijdens het sorteren soms moeilijk te herkennen zijn, maar na de oogst rotten deze vruchten zeer snel door. Naast aanzienlijke opbrengstreducties is deze schimmel dan ook een grote bedreiging voor de betrouwbaarheid van het product tijdens de bewaring. Vooral de perioden april, mei en de hele zomerteelt zijn de beruchte perioden. De eerste aantasting van de bladeren en de stengels is te herkennen aan de ronde, grijsbruine vlekken met kleine zwarte puntjes; de sporenlichamen. Na verloop van tijd verkeren de vlekken donkerbruin of zwart. Vooral het stengelgedeelte boven de grond is vaak aangetast. In de koppen van de stam en de scheuten kan mycosphaerella leiden tot broeiblad. De bestrijding van mycospaerella is een complexe aangelegenheid maar de volgende zaken spelen onder andere een rol:

Infectiedruk laag houden
Zeer belangrijk is het om de infectiedruk op een laag niveau te houden. Dit betekent o.a. dat de teeltwisseling zorgvuldig moet gebeuren. Oude plantenresten moeten zoveel mogelijk worden verwijderd. Een punt van aandacht is ook het rooien van de eerste en tweede teelt. Wanneer de stengels hoog boven de grond worden afgesneden, blijven stengelgedeelten staan met een zeer hoge infectiedruk.

Klimaat
Het klimaat speelt een grote rol. Condensatie en guttatie (=natslaan) moeten altijd voorkomen worden. Vooral in april/mei is het belangrijk dat het gewas in de ochtend op temeratuur is en dat daarna de kastemperatuur niet te snel oploopt, omdat dan immers alsnog condensatie op kan treden. Vooral bij lage buitentemperaturen moet kouval worden voorkomen. Ook neemt het risico op Mycosphaerella toe bij lagere nachttemperaturen dan 18°C en/of hogere luchtvochtigheden.

Watergift
De watergift aanpassen aan de opname van de plant om guttatie te voorkomen. Om dezelfde reden mag de E.C. in de grond ook niet te snel dalen.

Rassen
Mycosphaerella-tolerante of resistente rassen bestaan nog niet, maar wel zijn er verschillen in gevoeligheid. Rassen met kleine bloemen, welke snel afbloeien (dus minder kans op infectie) blijken minder gevoelig te zijn voor mycosphaerella.

Nautilus